Ferry Rooymans

overleden: 
30-01-2017
leeftijd: 
64
bijdrage van: 
meerdere


Ferry tijdens de reünie in 2004

Lieve vrienden van Ferry,

Voor iedereen is het bericht over Ferry als een klap aangekomen. Om jullie toch een idee te geven wat er aan dit vreselijke nieuws is voorafgegaan, hieronder een samenvatting van wat ik, uit eigen waarneming of van horen zeggen, nu weet van de voorgeschiedenis. Ferry had sinds juni last van hartritme stoornissen. Hij was onder behandeling van een cardioloog. Astrid heeft hem in augustus nog een keer naar het OLVG gebracht voor een bezoek aan de cardioloog. In de periode september/oktober is hij in vrij korte tijd 10 kilo afgevallen. Hij dacht dat dit door de hart-medicijnen kwam.  Op 19 december is hij nog op mijn afscheidsfeest van mijn werk geweest. Hij zag een beetje bleek en was moe, wilde vooral zitten. Begin januari had hij nog een afspraak met de cardioloog en daarna sprak Hanneke hem nog. Hij had toen positieve berichten. Op 17 januari zou Fer met Hans en mij naar een concert gaan, maar dat belde hij op het laatste moment af. Hans schrok van zijn benauwde en hese stem door de telefoon. Toen vertelde hij voor het eerst iets over zijn hartklachten. Ik heb hem de volgende zondag gebeld om te horen hoe het er voor stond. Hij klonk heel benauwd en vertelde dat hij 24 januari een afspraak met de cardioloog in het OLVG had, maar dat hij daar niet naar toe kon. Hij kon geen 4 stappen meer lopen. De volgende ochtend is hij via de huisarts van Harriët in Vlaardingen direct doorgestuurd naar het Vlietland Ziekenhuis in Schiedam. Daar is na eerste onderzoek geconstateerd dat hij uitzaaiingen in de lever had. De lever was sterk opgezwollen en drukte tegen alle andere organen, vandaar ook de benauwdheid. Een CT scan leverde woensdag onvoldoende duidelijkheid, donderdag is een biopt van de lever genomen, daar zou vandaag (dinsdag 31 januari) een uitslag van komen. Donderdagavond zijn Hans, Ed en ik nog bij hem op bezoek geweest en hebben we goed met hem kunnen praten. Af en toe kwam hij nog met een grap over het ziekenhuis, de verpleegkundigen of hemzelf. Vrijdag, zaterdag en zondag is hij verder achteruit gegaan, hij kreeg steeds meer pijnstillers. Vanochtend om 5 uur heeft het ziekenhuis Harriët gebeld. Ze heeft niet meer met hem kunnen spreken. In de loop van de ochtend zijn Hans, Ed en ik nog bij hem geweest. Hij kreeg zuurstof toegediend, haalde traag adem en was ver weg door de morfine. Rond 14:00 uur is hij gestopt met ademen.

Lieve groet, Jos, ook namens Hans en Ed

Jos Linnemann


Toespraak Hans Boutellier tijdens afscheidsceremonie:

 

Harriët, Ana, familie, vrienden, kennissen … Ferry,

Ik vind het een eer om je toe te mogen spreken. Ik heb je altijd een geweldige vent gevonden. 

Maar wat had ik er verdomme niet voor over gehad om hier niet te hoeven staan. De dood was onverbiddelijk. Je was er al heel gauw niet meer. Mijn rouw heeft diepe wortels.

Ik ken je vanaf mijn tiende jaar, toen ons beider families wat verstrengeld raakten. Maar er was vooral dat Triniteitslyceum, waar we de tweede helft van de jaren zestig gevormd werden - die periode waarin alles anders werd.

Het middelpunt van die culturele revolutie leek onze school, het Trini – althans dat dachten we, ‘de groep’ waar we deel van uitmaakten - met zijn toneel, films, schoolkrant, feesten, concerten, wandelingen en politieke debatten. Je speelde daarin een centrale rol. Je was geliefd.

Na de middelbare school ging onze vriendschap op en af – intensieve omgang wisselde af met stillere periodes. We kwamen op elkaars verjaardagen, zaten in een bandje - Popgroep Wisselend, ook wel bekend als De Hoetaboeloos - we volgden elkaar. Ik genoot altijd van je zorgvuldige manier van uitdrukken, je aandacht en je humor.

In 2004 organiseerden we een reünie van het Triniteitslyceum: Jos, Ed, jij en ik. We wilden een hereniging van ‘de groep’, maar het draaide uit op een festijn met 300 deelnemers. We raakten toen zo aan elkaar verknocht dat we een kwartet werden - ‘de vier musketiers’ heette ons whatsapp - groepje.

Met een halve eeuw geschiedenis heb je weinig woorden nodig – een blik van verstandhouding kan genoeg zijn. Maar we hadden juist wel altijd tekst, over de toestand in de wereld, in de cultuur, in onze eigen levens. En er was altijd wel iets om over in de lach te schieten. Vriendschap.

Je ironische levenshouding heeft je misschien wel eens in de weg gestaan. Maar die was vooral goed voor veel hilarische momenten. Ik denk even aan de volledig verzorgde Russische avond die we Jos en Magda bezorgden. Zelfs in het ziekenhuis maakte je nog een grap over het verplegend personeel.

Je sterfbed haalde ons nog even bij elkaar. En toen was je er opeens niet meer. Dat is onvoorstelbaar en onverdraaglijk.

Mijn rouw, onze rouw heeft diepe, en vooral sterke, vitale wortels – ik ben je daar heel dankbaar voor.

Lieve Ferry, wat zal ik je missen.


Uitgesproken door Hanneke Heeremans:

 

Beeldfragmenten

1968

Locatie: Haarlem, Zijlweg, Een klaslokaal in de oudbouw van het Triniteitslyceum. De muren zijn turkoois groen geschilderd met daarop de beeltenis van een djinn-achtige gestalte.

In de rij aan de gangkant op de een na laatste bank zit een lange slungelachtige jongen van 16. Lang golvend donkerblond haar, puistjes in zijn gezicht, volle lippen, een ziekenfondsbrilletje. Zijn dunne benen in ribbroek en met soldatenkistjes aan de voeten, steken ver uit, half over het pad tussen de banken en half onder de stoel van de jongen voor hem. Uit het borstzakje van zijn beige ribfluwelen jasje steekt een pakje halfzware Javaanse Jongens. Ondanks de onderuitgezakte houding torent hij uit boven de anderen. Met een mengeling van arrogantie en geamuseerdheid, ironisch wellicht, kijkt hij rond. De rest van de klas verdwijnt. Er is alleen maar die ene jongen.

1971

Locatie: Haarlem, Overtonstraat.

Een volgepakte woonkamer van een huis uit de jaren dertig, met een erker. Het gezelschap bestaat uit een man en een vrouw van in de veertig en jongens en meisjes van een jaar of 18, 19. Het is niet goed te zien in die walm van blauwe rook die in de kamer hangt, maar we ontwaren de pukkelige lange jongen met het ziekenfondsbrilletje en het lange haar. Maar dat hebben ze allemaal. Een ouderwetse televisie, zwart, wit, staat aan. De jongen wappert met z’n handen, een grote grijns op zijn gezicht. Het is donderdagavond, VPRO-avond. Het hele gezelschap kijkt naar het scherm, maar is ook druk met elkaar aan het praten. Op de tv zien we de kop van Archie Bunker.

2004

Locatie: Heemstede, de aula van het Hageveld College.

Een volle zaal en een podium. Een slanke man van een jaar of vijftig staat op het podium met een microfoon in zijn ene hand. Met zijn andere hand wappert hij met een papier. Er staan nog wat mensen, vooral mannen, om hem heen die door hem toegesproken worden. Lachende gezichten, het plezier straalt er af. Jongens en meisjes van middelbare leeftijd op het schooltoneel, voor even terug in de tijd.

2014

Locatie: Amsterdam, Blasiusstraat.

Een woonkamer in een eind negentiende eeuws huis. Een gezelschap van een man en drie vrouwen zit op een bank en stoelen naar een groot beeldscherm te kijken. De man is lang en slank, ietwat gebogen met blond-grijs haar. Hij is aan het woord en praat met zijn handen.  Aan de filmclub heeft hij net de film vertoond die hij met zijn broers samen heeft gemaakt. Het is een fascinerend gegeven: de broers geven hun eigen interpretatie van een amateurfilm die hun vader ooit heeft gemaakt. Zo schetsen ze een caleidoscopisch beeld van de vader en onthullen ze wie ze zelf zijn.

2016

Locatie: Amsterdam, de IJsbreker

Een groot gezelschap zit aan een lange tafel. Grijze haren, kale koppen, middelbare leeftijd, zoals dat heet. Er staan karaffen water en flessen wijn op tafel. De man met de lichtgebogen schouders zit in het midden. Een wit overhemd onder een colbertje. Nog steeds een slanke gestalte, zijn haar is nog krullend en vol, maar wel grijs. We herkennen de twinkeling in zijn ogen, de lach om zijn mond, die is de ironie niet kwijt geraakt. Hij staat op, heft het glas en neemt het woord. Het beeld gaat bewegen. We horen hem zeggen:

Ik geloof niet dat ik oneerbiedig ben, als ik zeg dat wij met het uitroepen van een Theo-dag ook het besef hadden, dat Theo een van de eersten was uit een vroegere vrienden- en middelbare-schoolgroep, die overleed. Er is wel eens grappend gevraagd op deze dag: “Wie is de volgende?” Theo’s naam is zo ook verbonden met een besef, dat onze vriendschap en ons leven kostbaar zijn.

Lieve Fer, we willen ook jouw naam graag koesteren uit het besef hoe kostbaar onze vriendschap en hoe kwetsbaar ons leven is.


 

 

 

 

 

toelichting: 

In de bijlage de rouwkaart van Ferry.