1968 bouwkamp


Bouwkamp 1968 La Pommeraye


Flarden van een reisverslag zomer 1968

Waarschijnlijk was het vanwege Mei 68 dat we Parijs met een grote boog omzeilden. In een dag van Haarlem naar Angers-Montjean-La Pommeraye. En niet over de weinige snelwegen. Neen, organisator Simon van Beurden had bedacht dat de binnenwegen het snelste waren. We reden in twee volkswagenbusjes en een Peugeot 403 met chauffeur Paul Rieu. Dat jaar had ik een maand na mijn achttiende mijn rijbewijs gehaald. En ik vond die Peugeot met een 'overdrive' een bijzonder spannende auto om in te rijden. Maar dat zou pas op de terugweg gebeuren.

Via Tilburg over de kasseien in België hadden we onze eerste stop in Beauvais. Daarvoor langs de Franse binnenwegen glooiende heuvels en niet harder dan 80. Althans dat gold voor de Peugeot en de ene Volkswagen. Die andere met van Beurden als bestuurder was ons ver de baas in snelheid. We hadden afgesproken dat in Beauvais een heerlijk restaurantje ('die ken ik nog van een vorige keer', had Simon gezegd) bezocht zou worden, maar Simon had niet precies gezegd waar en hij was ons mijlenver vooruit. Rieu heeft een paar maal heen en weer gereden door de stad tot we ineens de geparkeerde Volkswagen, die uitstak boven de andere auto's, zagen staan. En inderdaad de lunch was voortreffelijk.

Vandaar reden we via Le Mans naar Angers en zijn mooie beboomde toegangsweg naar La Pommeraye, waar we laat aankwamen. We werden ontvangen door een zeer zwart bebaarde pater, die in een binnensmonds gemompeld onverstaanbaar Frans ons welkom heette.

De chauffeur Rieu ging twee dagen later weer op weg naar huis. Hij had blikken vol benzine meegenomen voor onderweg, de benzine was te duur in Frankrijk. Aan het eind van het werkkamp was hij er plots weer met zijn Peugeot. Intussen had Simon via allerlei geheimzinnige kanalen twee of drie vaten rode wijn aangeschaft: dat zou in die twee of drie weken wel opgaan. Maar mooi niet: Hollandse jongens van 16 tot 18 dronken geen wijn, maar bier en de drie meiden dronken waarschijnlijk rosé. Het leverde een mooi afscheidscadeau op voor de Franse achterblijvers. Dankzij de zoektochten van de broertjes Aan de Kerk hadden we al snel de plaatselijke bierpomp annex cafetaria ontdekt, waar vooral Theo zich aan de frikadellen, frites en bier laafde.

De werkzaamheden bestonden uit kleine werkjes, herstellingen, maar vooral het leggen van een betonnen vloer in de grote ruimte.van een schuur, die daarna ingericht zou worden als .... ja, als wat eigenlijk. In ieder geval ging het er om dat gehandicapten een tehuis zouden krijgen. De sociale voorzieningen waren toen in Frankrijk niet zo goed als in Nederland, dus het kwam neer op veel liefdewerk en investeringen vanuit bevriende netwerken als de Augustijner Internationale. Toen is waarschijnlijk de basis gelegd voor mijn latere baan als Europees IST-kontaktpersoon voor de gemeente Den Haag.

Behalve werk, waar ik me weinig van herinner, waren er veel sociale gebeurtenissen. Bezoek aan het strand aan de Loire, een excursie naar een ' son et lumière', waar ik naast een mooie Française zat, die op korte termijn zou gaan trouwen, en van wie ik een uitnodiging hoopte te ontfutselen. Maar helaas, dat ging de mist in omdat zij (Denise Ogé) het verschil tussen laugh en love niet hoorde of wilde horen. Mijn klasgenoot Peter Vringer heeft in ieder geval wel flink gelachen: hij was niet stil te krijgen met dit verhaal. Van Denise heb ik nog een telefoonnummer gekregen op een afgescheurd papiertje, gebeld heb ik echter niet. En ook het volgende jaar ben ik niet langs gegaan toen ik met ex-klasgenoot en a.s. medestudent sociologie Michel Jansma richting het Franse zuiden vertrok. Verder dan Parijs kwamen we namelijk niet.

Waar ik in ieder geval erg naar uitkeek was een voetbalwedstrijd tussen de plaatselijke helden en ons. Want we hadden een prachtige yell, goede spelers, onder wie de razendsnelle Theo aan de Kerk en de sterk aan de bal zijnde Peter aan de Kerk en ik zelf was keeper van het prestigieuze junioren team van de rooms-katholieke sportvereniging TYBB (voor de leken onder ons: The Yellow Black Boys). We verloren kansloos met 3 -1. Theo werd niet aangespeeld, Peter was wel sterk aan de bal, maar pas nadat ie de bal had en dat was weinig vanwege zijn geringe mobiliteit. Het derde beslissende doelpunt vloog een millimeter langs mijn uitgestrekte hand, arm en horizontale lichaam en via binnenkant paal in het doel. Ik zie nog de verwijtende blikken van mijn medespelers.

Nick Smit was een geval apart. Hij was een beetje jaloers omdat ik wel mocht rijden en hij niet. Bij ritjes zat hij altijd naast me met zijn opwekkende en vooral kritische ('je moet voor het midden van de bocht weer gas geven, hoor') commentaar. Een keer hielden hij en ik ons hart vast, toen ik te snel een bocht nam en daarbij op de linker weghelft kwam: gelukkig geen tegenliggers. Dat kwam zo. De volkswagen, die ik bestuurde, had extra benzine nodig. De anderen zouden al vast langzaam doorrijden. Dat leek simpel, rechtsaf het dorp uit, maar - typisch Van Beurden - de weg splitste zich en Nick en ik kozen de verkeerde afslag. Dus na een tijdje zijn we omgekeerd en veel te hard rijdend zijn we teruggereden en op de goede weg uitgekomen, maar wel na een bijna-uitglijder. Ik geloof, neen ik hoop, dat niemand dat gemerkt heeft.

Een keer heeft Nick me jaloers gemaakt door aan te pappen met een lerares uit de omgeving, die behalve iets in hem zag, vooral een kleine Renault bezat. Die auto was een 4CV, zo'n dop-model, dat toen al in Nederland als antiek beschouwd werd, maar in Frankrijk nog veel rond reed. Ik denk dat bij het schakelen nog 'dubbelklutsen' nodig was. Nick heeft er in gereden. En toen was ik jaloers.

Op een middag zijn we ontvangen door de plaatsvervangend burgemeester van Angers, jumelage stad van Haarlem. Simon had zijn beste pakje aan en stelde Jan Jore voor als le petit Jesus. Na een paar minuten liet ze ons alleen met de wijn. Trots waren we wel dat we de krant gehaald hadden, zoals een paar dagen later bleek.

Medeleerling Daan van Baarsen was een zoon van een bekende bouw- of betonondernemer te Hillegom. Zijn vader had de formule van verhoudingen voor het maken van beton meegegeven. Typerend voor Daan was de gejaagdheid en onbezorgdheid van zijn leven. Hij had van zijn vader een honderdje meegekregen en moest dat bij de Frans-Belgische grens nog omwisselen voor Frans geld, terwijl de anderen allemaal al Franse francs bezaten. Nick vond het maar niks en gilde 'je bent getild!!, je hebt te weinig!!'. Op de terugweg liet Daan zijn jas achter in een restaurant, een paar dagen belde hij op en zijn jas werd zonder kosten teruggestuurd. Toen Nick de betonmolen van binnen inspecteerde zette Daan pardoes de molen in werking. Na een paar rondjes was Nick al duizelig, maar Daan wilde nog wel een paar, maar iemand zette de molen snel uit. Deze Daan-actie heeft een mooie foto opgeleverd met een lachende Hans Knape op de achtergrond. Daan wist mensen aan zich te binden, niet in de laatste plaats door zijn humor. Vooral die keer dat we in Gent in stromende regen op zoek waren naar het klooster voor de nacht en binnen vijf minuten twee keer aan dezelfde Gentenaar de weg vroegen, was zijn reactie goud waard: 'nou, a wel-zulle, tot de volgende keer'.

Wat verder opviel was de tegenstelling HBS-Gymnasium. Wij gymnasiasten citeerden te pas en vooral te onpas uit de klassieken, een hebbelijkheid die ik nog steeds niet ben kwijt geraakt. Samen met een Rotterdamse gymnasiast wandelend op Corsica, eindelijk de zee weer te zien en het einde van de tocht: ho thalassa, ho thalassa!! En die HBS-er werkten maar door en door. Vooral op de laatste dag was de sfeer te snijden, maar meer dan mijn handdoek in een emmer water (nota bene door klasgenoot Daan omdat ik te veel optrok met die HBS-ers) was er niet aan de hand.

Op de terugweg mocht ik eindelijk in de Peugeot met overdrive rijden: chauffeur Rieu was te moe voor de terugreis. Ditmaal deden we er twee dagen over, we overnachten in een klooster - ook weer via de Augustijner Internationale. Het was in Gent in het Augustijner klooster Sint Stephanus genaamd. De gangen waren zo breed, dat de gymnasiasten meteen spraken over vierspans breed. Het trappistenbier smaakte goed. De volgende dag was Simon ons weer te snel af, we konden het restaurant met de afsluitende lunch niet vinden en reden regelrecht naar Haarlem.


Deelnemers: Peter aan de Kerk, Tonnie ....., Theo aan de Kerk, Peter Vringer, True Meyer, Daan van Baarsen, Nick Smit, Simon van Beurden, Hans Knape, Johnny Aerts, Hans de Beer, Jan Jore en Marten Buschman. En nog ….. !!


Van links naar rechts staand: Pia Nelissen, True Meyer, Tonny, Peter aan de Kerk, Ben Bogers, Franse vrouw, Simon van Beurden, Nick Smit, Daan van Baarsen, Hans Knape, ?, Johnny Aerts, Peter Vringer, Hans de Beer, Jan Jore en Karel van Kempen. Van links zittend: vrouw in rolstoel, Ton van de Riet, Marten Buschman, vrouw in rolstoel, Theo aan de Kerk, Wally van Lierop en Ruud ?? Heuft. Fotograaf is Jeroen Nelissen.


Van links naar rechts staand: Peter aan de Kerk, Simon van Beurden, Nick Smit, Daan van Baarsen, Hans Knape, ?, Johnny Aerts, Peter Vringer, Hans de Beer en Marten Buschman. Ton van de Riet zit tussen twee gehandicapte vrouwen.


van links naar rechts staand: Peter aan de Kerk, Tonny, Simon van Beurden, Nick Smit, Daan van Baarsen, Hans Knape, ??, Johnny Aerts, Peter Vringer, Hans de Beer en Marten Buschman. En wederom Ton van de Riet zittend tussen twee vrouwen. Op de hurken zittend: Theo aan de Kerk. Op de achtergrond het oude toilet. Er waren twee nieuwe toiletten in het huis. Klein probleempje was wel dat beide wc`s in een zelfde ruimte waren. Feitelijk kon er maar een tegelijk gebruikt worden.


Drie nederlandse meiden half poserend, half aan het werk: Pia Nelissen-Kraak, True Meyer en Tonny.


Nick Smit wilde wel eens proberen hoe veel ruimte er was in de betonmolen. Met zijn lange lijf niet veel dus. De foto is genomen nadat hij een aantal ronden gemalen is.


ugly five: v.l.n.r.: Marten Buschman, Ton van de Riet, Peter Vringer, Jeroen Nelissen en Theo aan de Kerk.


Jan Jore


We haalden zelfs de krant!