12,5 jaar Pater L.J. Reijkers


Dank Victor Möller



ontvangst van de jubilaris, die -omringd door steppende leerlingen- wordt ingehaald; Van der Weide trapt bij op de tandem. Op de voorgrond: de rector, pater Kuipers, op de rug gezien.



een muzikale hulde aan de jubilaris. Helemaal links Edwin Mascini?, Trombone: Bert Blans (?), Klarinet: Roel van der Voort (staand) en Edgard Bijvoet (zittend).

.



in het avondprogramma traden leraren en leerlingen op. Op de foto: Wijkamp, Van Grevenbroek, ?, Van Holk, Fennis en Helwig



een mimevoorstelling van een van de leerlingen (Hin?)



de jubilaris wordt toegezongen door zijn "zusters Augustinessen".

Op de foto: Leo Divendal (met fluit), Michel Jansma, ?, Herman Divendal, Victor Möller, ?, ?, ?. De door ons hier gedragen nonnenkleding waren originele Augustinessen-pijen en -kappen, waarover wij dank zij de bemiddeling van de moeder van Leo en Herman konden beschikken. Heel wat avonden in de aan het feest voorafgaande periode hebben wij bij de familie Divendal thuis aan de tekst en de act gesleuteld. Ook verschillende geschiedenislessen van Helwig werden opgeofferd aan oefenen, de choreografie en tekstvastheid, want wegens de vele deelnemers aan de avond moest een zeer strakke regie worden gevoerd. Ik ben de tekst van onze bijdrage helaas kwijtgeraakt en herinner mij alleen de vrolijke discussies, in het bijzonder over de laatste regels van het laatste couplet, waarin de meest ondeugende non (de teksten werden ieder couplet iets "pikanter") zou zingen: "…….. had het een jaartje langer geduurd, dan was ik vast gaan trouwen!" Tot ieders verrassing en vooral tot groot vermaak van het publiek besloot deze laatste non op het moment suprême toch maar de tekst te zingen, waarvan wij aanvankelijk dachten dat we dat niet konden maken: "…….. had het een jaartje langer geduurd, dan had ik moeten trouwen!"



de bijdrage van Posthuma en Bosman met op de achtergrond Van Wees.



Posthuma, Van Wees en Bosman (let op: roken mocht toen blijkbaar nog overal!)



pater Reijkers spreekt zijn dankwoord in een decor, dat zeer herkenbaar is ontleend aan zijn eigen kasteelmaquette.


Het dankwoord van pater Reijkers na zijn 12½ jarig conrectorsfeest, "Een Ruiker voor Reijkers", op 26 en 27 februari 1965.

"Want het is zo'n echt feest van en voor de school geweest en daarom ben ik er zo blij over."

Wat een mooie dagen waren die vrijdag en zaterdag toen mijn 12½ jarig conrectoraat gevierd werd. Wat heeft de school er een feest van gemaakt. Zeker, ik wist wel dat er iets stond te gebeuren. Er gebeurden geheimzinnige dingen die voor mijn oog verborgen moesten blijven, zodat wel duidelijk was dat dit in verband moest staan met het komende feest.

Het was oorspronkelijk zeker niet mijn bedoeling dit jubileum te gedenken. Maar de rector maakte het bekend en toen was er natuurlijk niets meer aan te doen. En zoals ik in een dankwoord na de revue reeds zei, achteraf heb ik er geen spijt van dat dit feest gevierd is. Want het is zo'n echt feest van en voor de school geweest en daarom ben ik er zo blij over. Wat is het ook een leuk idee geweest om een revue op te voeren en wel zo dat er zovelen aan konden deelnemen. Meer dan honderd jongens en dat is geen kleinigheid. En dan te moeten vernemen dat nog niet eens iedereen heeft kunnen meedoen. Wat aardig was het al die verschillende groepen en al die ideeën en dan nergens zo, dat men moest zeggen, neen, dat gaat toch eigenlijk niet. Ik moet hier natuurlijk niet zeggen, dit was beter of dat was minder. Integendeel, ik heb van alles genoten. Ik heb velen bewonderd om hun prestaties en durf.

Over mijzelf zijn er vele aardige dingen gezegd en geschreven. Dat hoort nu eenmaal bij een feestelijke herdenking. Maar toch heb ik de overtuiging dat het gemeend was en spontaan. En juist die vriendelijkheid en hartelijkheid heeft mij zo getroffen. Iedereen weet dat ik vaak om reden van mijn functie moet optreden op minder plezierige wijze. Daarom is het omgekeerd zo fijn om te moeten constateren dat ze het toch niet zo kwalijk nemen. Ik heb weinig gebeurtenissen op school meegemaakt, waar deelname en opkomst zo groot was, maar toch moet het mij van het hart om te zeggen dat er een ding een heel klein beetje tegen viel en wel de deelname aan de Eucharistieviering. Jongens, dit moest toch eigenlijk niet. Ik moest toch ook dankbaar zijn dat ik deze taak zo lang mocht vervullen en er iets van terecht kon brengen. En dat was toch voor jullie ook. Ik geloof dat wij er niet altijd aan denken dat wij ook wat hulp nodig hebben van O.L. Heer. Dat moet je niet opvatten als ouderwets, want dat is het heus niet.

Maar afgezien van dit tegenvallertje was het verder af. En nogmaals daarvoor ben ik iedereen dankbaar: de rector als gangmaker, de leraren die zoveel gestuwd hebben en meegedaan, hetzij vóór of achter de coulissen, het personeel van de school, dat zoveel extra werk moest verzetten. En dan de cadeaus, de reis naar het verre zuiden, genoeg om nog lang in een feeststemming te blijven. Nogmaals, een ieder persoonlijk bedankt. Weest allemaal overtuigd dat jullie mij heerlijke dagen bezorgd hebben en dat ik zo verheugd was dat het een echt feest is geworden voor iedereen. Daarvoor mijn oprechte dank.

p. Conrector

(Uit: Tolle Lege voorjaar 1965) Met dank aan Gied ten Berge